Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. ausweg:


Duits

Uitgebreide vertaling voor ausweg (Duits) in het Nederlands

ausweg:

ausweg [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der ausweg (Ausbruchsmöglichkeit)
    de uitweg; de ontsnappingsmogelijkheid

Vertaal Matrix voor ausweg:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ontsnappingsmogelijkheid Ausbruchsmöglichkeit; ausweg
uitweg Ausbruchsmöglichkeit; ausweg Ausgang; Ausweg

Computer vertaling door derden: