Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. nämlich:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor nämlich (Duits) in het Nederlands

nämlich:

nämlich bijvoeglijk naamwoord

  1. nämlich (das heißt)
    namelijk

Vertaal Matrix voor nämlich:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
namelijk das heißt; nämlich

Synoniemen voor "nämlich":


Wiktionary: nämlich

nämlich
adverb
  1. met name genoemd: luidt een nadere precisering in

Cross Translation:
FromToVia
nämlich namelijk namely — specifically
nämlich te weten; namelijk; ttz. to wit — that is to say

Computer vertaling door derden: