Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. planieren:


Duits

Uitgebreide vertaling voor planieren (Duits) in het Nederlands

planieren:

planieren werkwoord

  1. planieren (ebenen; glätten)
    planeren
    • planeren werkwoord (planeer, planeert, planeerde, planeerden, geplaneerd)

Vertaal Matrix voor planieren:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
planeren ebenen; glätten; planieren

Synoniemen voor "planieren":