Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. unaussprechlich:


Duits

Uitgebreide vertaling voor unaussprechlich (Duits) in het Nederlands

unaussprechlich:

unaussprechlich bijvoeglijk naamwoord

  1. unaussprechlich (enorm; unglaublich)
    zeer groot; onnoembaar; enorm groot
  2. unaussprechlich
    onuitsprekelijk

Vertaal Matrix voor unaussprechlich:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
onnoembaar enorm; unaussprechlich; unglaublich
onuitsprekelijk unaussprechlich
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
enorm groot enorm; unaussprechlich; unglaublich
zeer groot enorm; unaussprechlich; unglaublich eindrucksvoll; enorm; fabelhaft; gewaltig; gigantisch; grandios; groß; großartig; himmelweit; immens; imponierend; imposant; irre; kapital; kolossal; riesenhaft; riesig; stark; titanisch; toll; triumphal; unermeßlich; ungeheuer; überwältigend

Synoniemen voor "unaussprechlich":