Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Makel:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Makel (Duits) in het Zweeds

Makel:

Makel [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Makel (Schwabber; Fleck; Flecken; )
    golvmopp

Vertaal Matrix voor Makel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
golvmopp Ausstrich; Fleck; Flecken; Klecks; Liederjan; Makel; Mop; Schwabber; Tüpfel Mops; Schwabber

Synoniemen voor "Makel":


Wiktionary: Makel

Makel
noun
  1. Fehler, Mangel, Unreinheit oder Unvollkommenheit, die einen Gegenstand oder eine Person beeinträchtigen