Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Bauernlümmel:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Bauernlümmel (Duits) in het Zweeds

Bauernlümmel:

Bauernlümmel [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Bauernlümmel (Lümmel; Bauerntölpel)
    tölp; bondlurk
    • tölp [-en] zelfstandig naamwoord
    • bondlurk zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Bauernlümmel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bondlurk Bauernlümmel; Bauerntölpel; Lümmel
tölp Bauernlümmel; Bauerntölpel; Lümmel Bauer; Bauerntölpel; Dreckskerl; Ekel; Fittich; Flegel; Grobian; Lump; Lümmel; Prolet; Rülpser; Rüpel; Schlampe; Schlamper; Schlingel; Schluderer; Schluderjan; Schuft; Stiesel; Tölpel; elender Kerl; grobePerson; ungehobelte Klotz; ungeschliffene Kerl; ungeschliffener Kerl