Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Dampf:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Dampf (Duits) in het Zweeds

Dampf:

Dampf [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Dampf
    ånga
    • ånga [-en] zelfstandig naamwoord
  2. der Dampf (Qualm; Rauch; Nebel)
    dimma; tjock rök
  3. der Dampf (Nebel; Schleier; Dunst; Qualm)
    dimma; dis
    • dimma [-en] zelfstandig naamwoord
    • dis [-ett] zelfstandig naamwoord
  4. der Dampf (Dunst; Nebel)
    dimma; ånga; imma; dunst
    • dimma [-en] zelfstandig naamwoord
    • ånga [-en] zelfstandig naamwoord
    • imma [-en] zelfstandig naamwoord
    • dunst [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Dampf:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dimma Dampf; Dunst; Nebel; Qualm; Rauch; Schleier Anflug; Duft; Dunst; Hauch; Nebel; Nebelichkeit; Schleier
dis Dampf; Dunst; Nebel; Qualm; Schleier
dunst Dampf; Dunst; Nebel Dunst
imma Dampf; Dunst; Nebel Feuchtigkeit; Nässe; Verdampfung; Verdunstung
tjock rök Dampf; Nebel; Qualm; Rauch
ånga Dampf; Dunst; Nebel Verdampfung; Verdunstung; Wasserdampf
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ånga dampfen; dunsten; qualmen

Synoniemen voor "Dampf":


Wiktionary: Dampf

Dampf
noun
  1. ein Gas, das meist noch in Kontakt mit der flüssigen bzw. festen Phase steht, aus der es hervorgegangen ist

Cross Translation:
FromToVia
Dampf ånga reek — vapor
Dampf ånga steam — water vapor
Dampf ånga steam — water vapor used for heating or as source of kinetic energy
Dampf ånga vapeur — Vapeur d’eau