Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Dutt:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Dutt (Duits) in het Zweeds

Dutt:

Dutt [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Dutt (Haarknoten; Knoten)
    hårknut
  2. der Dutt (Knoten; Strähne; Knötchen; Knäuel; Haarknoten)
    knut; hårknut
    • knut zelfstandig naamwoord
    • hårknut [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Dutt:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hårknut Dutt; Haarknoten; Knoten; Knäuel; Knötchen; Strähne Gesicht; Haarbüschel
knut Dutt; Haarknoten; Knoten; Knäuel; Knötchen; Strähne Knäuel; Laufknoten; Schlinge; Wickel; strenges Garn

Synoniemen voor "Dutt":


Wiktionary: Dutt

Dutt
noun
  1. zu einem Knoten geflochtenes Haar am Hinterkopf