Overzicht


Duits

Uitgebreide vertaling voor Flecken (Duits) in het Zweeds

Flecken:

Flecken [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Flecken
    fläckar

Flecken [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Flecken (Dorf; Ort; Weiler)
    by; liten stad; liten ort
  2. der Flecken (Fleck; Schandfleck; Klecks)
    smutsfleck
  3. der Flecken (Ausstrich; Fleck; Klecks)
    cellprov
  4. der Flecken (Schwabber; Makel; Fleck; )
    golvmopp

Flecken [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Flecken (Fleck; Klecks)
    fläck
    • fläck [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Flecken:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
by Dorf; Flecken; Ort; Weiler Fallwind; Windstoß
cellprov Ausstrich; Fleck; Flecken; Klecks
fläck Fleck; Flecken; Klecks Beize; Fleck; Klecks; Plätzchen
fläckar Flecken
golvmopp Ausstrich; Fleck; Flecken; Klecks; Liederjan; Makel; Mop; Schwabber; Tüpfel Mops; Schwabber
liten ort Dorf; Flecken; Ort; Weiler
liten stad Dorf; Flecken; Ort; Weiler
smutsfleck Fleck; Flecken; Klecks; Schandfleck

Synoniemen voor "Flecken":