Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Frosch:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Frosch (Duits) in het Zweeds

Frosch:

Frosch [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Frosch
    groda
    • groda [-en] zelfstandig naamwoord
  2. der Frosch (Knallbonbon; Klapper; Frösche; )
    knallkaramell

Vertaal Matrix voor Frosch:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
groda Frosch
knallkaramell Frosch; Frösche; Klapper; Knalfrosch; Knallbonbon; Knallfrosch; Knallfrösche

Wiktionary: Frosch

Frosch
noun
  1. übertragen: ängstlicher Mensch
    • Froschmes
  2. Musik: Teil des Bogens für Streichinstrumente
  3. Zoologie: zu den Amphibien gehöriges Tier ohne Schwanz

Cross Translation:
FromToVia
Frosch groda frog — amphibian
Frosch goda; groda grenouille — Amphibien