Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Gaukler:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Gaukler (Duits) in het Zweeds

Gaukler:

Gaukler [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Gaukler (Zauberkünstler)
    trollkonstnär; gycklare
  2. der Gaukler (Zauberer; Hexenmeister; Tausendkünstler)
    trollkarl
  3. der Gaukler (Hexenmeister)
    trollkarl; häxmästare; svartkonstnär

Vertaal Matrix voor Gaukler:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gycklare Gaukler; Zauberkünstler Spottvögel; Spötter; Verhöhner
häxmästare Gaukler; Hexenmeister Hexenmeister
svartkonstnär Gaukler; Hexenmeister
trollkarl Gaukler; Hexenmeister; Tausendkünstler; Zauberer
trollkonstnär Gaukler; Zauberkünstler

Synoniemen voor "Gaukler":


Wiktionary: Gaukler

Gaukler
noun
  1. eine in Mittel- und Südafrika beheimatete Greifvogelart
  2. gehoben: Person, die durch Tricks versucht, jemanden zu täuschen
  3. veraltet: Person, die vor Publikum Kunststücke vorführt

Computer vertaling door derden: