Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Gockel:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Gockel (Duits) in het Zweeds

Gockel:

Gockel [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Gockel (Hahn)
    tupp; hane
    • tupp [-en] zelfstandig naamwoord
    • hane [-en] zelfstandig naamwoord
  2. der Gockel (Macho; Hahn)
    macho; mansgris
    • macho zelfstandig naamwoord
    • mansgris [-en] zelfstandig naamwoord
  3. der Gockel (Hänchen; Hahn)
    ungtupp
    • ungtupp [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Gockel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hane Gockel; Hahn
macho Gockel; Hahn; Macho
mansgris Gockel; Hahn; Macho
tupp Gockel; Hahn
ungtupp Gockel; Hahn; Hänchen

Synoniemen voor "Gockel":


Wiktionary: Gockel

Gockel
noun
  1. scherzhaft, (umgangssprachlich) Mann, der seine Männlichkeit zur Schau stellt
  2. südd., österr.|: männliches Haushuhn