Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Herkunft:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Herkunft (Duits) in het Zweeds

Herkunft:

Herkunft [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Herkunft (Abstammung)
    ursprung; börd; härkomst
    • ursprung [-ett] zelfstandig naamwoord
    • börd [-en] zelfstandig naamwoord
    • härkomst [-en] zelfstandig naamwoord
  2. die Herkunft (Inspirationsherkunft; Quelle; Station; )
    inspirationskälla

Vertaal Matrix voor Herkunft:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
börd Abstammung; Herkunft
härkomst Abstammung; Herkunft Abstammen
inspirationskälla Abfluß; Absender; Grube; Herkunft; Inspirationsherkunft; Quelle; Station
ursprung Abstammung; Herkunft Ursprung; Ursprünge

Synoniemen voor "Herkunft":


Wiktionary: Herkunft

Herkunft
noun
  1. Ursprung eines Wortes
  2. woher jemandes Familie stammen
  3. allgemein: woher etwas oder jemand kommt

Cross Translation:
FromToVia
Herkunft ursprung; härkomst origin — ancestry
Herkunft etymologi étymologie — Science qui étudie l’origine des mots

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van Herkunft