Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Junior:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Junior (Duits) in het Zweeds

Junior:

Junior [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Junior (Jüngste)
    yngst; junior; yngre person
  2. der Junior (Jüngste; Stift)
    sistfödd

Vertaal Matrix voor Junior:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
junior Junior; Jüngste
sistfödd Junior; Jüngste; Stift Jüngste
yngre person Junior; Jüngste
yngst Junior; Jüngste
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
yngst geringst; jüngst

Synoniemen voor "Junior":


Wiktionary: Junior

Junior
noun
  1. Sport, nur Plural: Altersklasse von 16 bis 18 Jahren
  2. der Jüngste einer Gruppe