Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Knüppel:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Knüppel (Duits) in het Zweeds

Knüppel:

Knüppel [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Knüppel
    knutpiska
  2. der Knüppel (Totschläger; Knute; Keule)
    knölpåk

Vertaal Matrix voor Knüppel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
knutpiska Knüppel
knölpåk Keule; Knute; Knüppel; Totschläger

Synoniemen voor "Knüppel":


Wiktionary: Knüppel

Knüppel
noun
  1. dicker Stock, der meist als Schlagwaffe verwendet wird

Cross Translation:
FromToVia
Knüppel klubba bludgeon — short heavy club
Knüppel klubba; påk cudgel — a short heavy club with a rounded head used as a weapon