Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Kragen:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Kragen (Duits) in het Zweeds

Kragen:

Kragen [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Kragen (Halskragen)
    krage; halskrage
  2. der Kragen (Hemdkragen)
    skjortkrage

Vertaal Matrix voor Kragen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
halskrage Halskragen; Kragen
krage Halskragen; Kragen Auflage; Borte; Kante; Krempe; Leiste; Rand; Saum; Streifen; Tresse; Verbrämung; kleineKragen
skjortkrage Hemdkragen; Kragen

Wiktionary: Kragen

Kragen
noun
  1. Hals einer Flasche
  2. veraltet: Hals
  3. anders gefärbter Teil des Halses eines Tieres, meist von Geflügel
  4. den Hals einfassendes Teil der Kleidung

Cross Translation:
FromToVia
Kragen krage collar — fabric garment part fitting around throat
Kragen krage col — Partie d'habit autour du cou.