Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Mast:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Mast (Duits) in het Zweeds

Mast:

Mast [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Mast (Pfahl; Stange; Staken)
    påle; stång; stake
    • påle [-en] zelfstandig naamwoord
    • stång [-en] zelfstandig naamwoord
    • stake [-en] zelfstandig naamwoord
  2. der Mast
    gödning

Vertaal Matrix voor Mast:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gödning Mast Düngung
påle Mast; Pfahl; Staken; Stange Pfahl; Pfeiler; Pol; Scheiterhaufen; Staken; Stange; Säule
stake Mast; Pfahl; Staken; Stange Kerzenständer; Pfahl; Staken; Stange
stång Mast; Pfahl; Staken; Stange Gitter; Gitterstab; Gitterwerk; Querbalken; Querholz; Riegel; Stab; Stange; Stock; Tafel; Vergitterung; Zuchtrute

Synoniemen voor "Mast":


Wiktionary: Mast

Mast
noun
  1. das Füttern und Aufziehen bestimmter zum Schlachten vorgesehener Nutztiere
  2. wie [1] aber speziell auf Schiffen (Plural 2, das Kollektiv Schiff ist bereits bestimmt)
  3. senkrecht stehender pfeilerähnlicher Träger (allgemein)

Cross Translation:
FromToVia
Mast mast mast — support of a sail
Mast mast mast — palen waartussen (elektriciteits- of telefoon-)draden gespannen kunnen worden
Mast mast mast — lange, rechtop staande paal midden op het schip
Mast mast mâtpièce de bois, de tôle ou d’acier, longue, ronde et droite, dresser sur un navire et destinée à porter les voiles.