Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Nerv:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Nerv (Duits) in het Zweeds

Nerv:

Nerv [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Nerv
    sena; nerv
    • sena [-en] zelfstandig naamwoord
    • nerv [-en] zelfstandig naamwoord
  2. der Nerv (Nerven)
    ådrighet; ådring

Vertaal Matrix voor Nerv:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
nerv Nerv Courage; Gewagtheit; Kühnheit; Mumm; Mut; Schneid; Schneidigkeit; Tapferkeit; Tollkühnheit; Wagemut
sena Nerv Sehne
ådrighet Nerv; Nerven
ådring Nerv; Nerven Holznerf

Wiktionary: Nerv

Nerv
noun
  1. Anatomie: Bündel aus Fortsätzen von Nervenzellen außerhalb des Zentralnervensystems

Cross Translation:
FromToVia
Nerv nerv nerve — bundle of neurons
Nerv nerv nerve — (colloquial) neuron
Nerv tålamod; nerver nerve — patience
Nerv stamina; uthållighet nerve — stamina
Nerv nerv nerf — anatomie|fr Chacun des petits filaments blanchâtres qui, distribués dans tout le corps, transmettent au cerveau les sensations provoquées par les objets extérieurs ou par l’organisme lui-même, et aux muscles les impulsions motrices.

Verwante vertalingen van Nerv