Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Schleier:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Schleier (Duits) in het Zweeds

Schleier:

Schleier [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Schleier (Nebel; Dunst; Dampf; Qualm)
    dimma; dis
    • dimma [-en] zelfstandig naamwoord
    • dis [-ett] zelfstandig naamwoord
  2. der Schleier (Voile)
    slöja
    • slöja [-en] zelfstandig naamwoord
  3. der Schleier
    slöjor
  4. der Schleier (Nebelichkeit; Nebel; Duft; )
    dimma
    • dimma [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Schleier:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dimma Anflug; Dampf; Duft; Dunst; Hauch; Nebel; Nebelichkeit; Qualm; Schleier Dampf; Dunst; Nebel; Qualm; Rauch
dis Dampf; Dunst; Nebel; Qualm; Schleier
slöja Schleier; Voile
slöjor Schleier Vorhänge

Synoniemen voor "Schleier":


Wiktionary: Schleier

Schleier
noun
  1. dünner, halbdurchsichtiger Stoff zur Verhüllung von Kopf/Gesicht (einer Frau)

Cross Translation:
FromToVia
Schleier niqab; nikab yashmak — a veil worn by Muslim women