Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Schmiß:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Schmiß (Duits) in het Zweeds

Schmiß:

Schmiß [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Schmiß (Narbe; Schmarre)
    ärr
    • ärr [-ett] zelfstandig naamwoord
  2. der Schmiß (Schnitt; Schlitz; kleineSchnitt; Absatz)
    brödskiva; brödbit

Vertaal Matrix voor Schmiß:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
brödbit Absatz; Schlitz; Schmiß; Schnitt; kleineSchnitt
brödskiva Absatz; Schlitz; Schmiß; Schnitt; kleineSchnitt
ärr Narbe; Schmarre; Schmiß Narben