Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Sprachrohr:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Sprachrohr (Duits) in het Zweeds

Sprachrohr:

Sprachrohr [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Sprachrohr (Organ)
    bett; munstycke; telefonlur; talesman; språkrör
  2. Sprachrohr (Trichter; Megaphon)
    språkrör
  3. Sprachrohr (Trichter)
    talrör
  4. Sprachrohr (Megaphon)
    megafon
    • megafon [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Sprachrohr:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bett Organ; Sprachrohr Bissen
megafon Megaphon; Sprachrohr Flüstertüte; Lautsprecher; Megaphon
munstycke Organ; Sprachrohr Ansatzrohr; Ansatzstück; Mundstück; Mundstück an einer Pfeife
språkrör Megaphon; Organ; Sprachrohr; Trichter
talesman Organ; Sprachrohr Redner; Sprecher; Sprecherin; Wortführer; Wortführerin
talrör Sprachrohr; Trichter
telefonlur Organ; Sprachrohr Fernsprecher; Telefon; Telefonhörer; Treuhänder; Verwalter

Synoniemen voor "Sprachrohr":