Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Sprachschatz:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Sprachschatz (Duits) in het Zweeds

Sprachschatz:

Sprachschatz [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Sprachschatz (Sprichwort; Ausdruck; Redensart)
    vokabulär; ordförråd

Vertaal Matrix voor Sprachschatz:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ordförråd Ausdruck; Redensart; Sprachschatz; Sprichwort Vokabular; Wortschatz; Wörterverzeichnis
vokabulär Ausdruck; Redensart; Sprachschatz; Sprichwort Vokabular; Wortschatz; Wörterverzeichnis

Synoniemen voor "Sprachschatz":