Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Wahn:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Wahn (Duits) in het Zweeds

Wahn:

Wahn [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Wahn (Wahnbild; Illusion; Traumbild; )
    vanbild

Vertaal Matrix voor Wahn:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
vanbild Einbildung; Gespinst; Hirngespinst; Illusion; Traumbild; Trugbild; Täuschung; Wahn; Wahnbild

Synoniemen voor "Wahn":


Wiktionary: Wahn

Wahn
noun
  1. falsche Vorstellung