Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. kapabel:


Duits

Uitgebreide vertaling voor kapabel (Duits) in het Zweeds

kapabel:

kapabel bijvoeglijk naamwoord

  1. kapabel (fähig; befähig; kompetent)
    bra; behändighet; kapabelt

Vertaal Matrix voor kapabel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
behändighet Handlichkeit
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
bra geht in Ordnung!; okay
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
behändighet befähig; fähig; kapabel; kompetent
bra befähig; fähig; kapabel; kompetent angemessen; auserlesen; ausgelesen; ausgesucht; ausgewählt; ausgezeichnet; edel; erstklassig; fabelhaft; geeignet; herausragend; hervorragend; passend; schicklich; tadellos; tipp-topp; vortrefflich; vorzüglich
kapabelt befähig; fähig; kapabel; kompetent fachgerecht; fachkundig