Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. mobil:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor mobil (Duits) in het Zweeds

mobil:

mobil bijvoeglijk naamwoord

  1. mobil (beweglich; nicht fest; versetzbar; )
    lös; flyttbar; flyttbart; rörligt

Vertaal Matrix voor mobil:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
flyttbar beweglich; mobil; nicht fest; transportabel; transportfähig; transportierbar; versetzbar aufzuheben; fahrbar; hebbar; transportabel; transportfähig; transportierbar
flyttbart beweglich; mobil; nicht fest; transportabel; transportfähig; transportierbar; versetzbar aufzuheben; fahrbar; hebbar; transportabel; transportfähig; transportierbar
lös beweglich; mobil; nicht fest; transportabel; transportfähig; transportierbar; versetzbar lose; nicht fest
rörligt beweglich; mobil; nicht fest; transportabel; transportfähig; transportierbar; versetzbar

Synoniemen voor "mobil":


Wiktionary: mobil

mobil
adjective
  1. gesund, frisch
  2. einsatzbereit, kriegsbereit
  3. flink, behende
  4. beweglich

Cross Translation:
FromToVia
mobil mobil; flyttbar; rörlig mobile — capable of being moved
mobil föränderlig mobile — Qui se meut ou qui peut être mû, qui n’est pas fixe. (Sens général).

Computer vertaling door derden: