Overzicht
Engels naar Frans:   Meer gegevens...
  1. inspectors:
  2. inspector:
  3. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor inspectors (Engels) in het Frans

inspectors:

inspectors [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the inspectors (supervisors; superintendent; observers; foremen)
    le surveillants; le concierges
  2. the inspectors (supervisors)
    le contrôleurs; le gardiens; le surveillants

Vertaal Matrix voor inspectors:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
concierges foremen; inspectors; observers; superintendent; supervisors attendants; caretakers
contrôleurs inspectors; supervisors
gardiens inspectors; supervisors attendants; guards; look-outs; men on guard; patrols; sentries; squads on guard; surveillants; watchers; watchmen
surveillants foremen; inspectors; observers; superintendent; supervisors attendants; surveillants

Verwante woorden van "inspectors":


inspector:

inspector [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the inspector (ticket inspector; examinator)
    le contrôleur; l'inspecteur; l'examinateur; l'inspectrice
  2. the inspector (examiner)
    l'inspecteur; le contrôleur
  3. the inspector (sampler)
    l'inspecteur; le dégustateur; l'expert; le contrôleur

Vertaal Matrix voor inspector:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
contrôleur examinator; examiner; inspector; sampler; ticket inspector controller; superintendant; supervisor
dégustateur inspector; sampler
examinateur examinator; inspector; ticket inspector analyst; examiner; investigator; researcher; tester
expert inspector; sampler authority; expert; specialist
inspecteur examinator; examiner; inspector; sampler; ticket inspector authorized representative; general inspector; plenipotentiary
inspectrice examinator; inspector; ticket inspector woman-inspector
- examiner
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- checker; comptroller; controller; supervisor
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
expert able; capable; competent; considerate; efficient; experienced; fit; good; proficient; qualified; seasoned; skilled

Verwante woorden van "inspector":


Synoniemen voor "inspector":


Verwante definities voor "inspector":

  1. an investigator who observes carefully1
  2. a high ranking police officer1

Wiktionary: inspector

inspector
noun
  1. Celui, celle dont la fonction est d’inspecter, de surveiller quelque chose.

Cross Translation:
FromToVia
inspector contrôleur controleur — iemand die belast is met de controle