Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. congregation:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor congregation (Engels) in het Nederlands


congregation [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the congregation (community; flock)
    de gemeente
    • gemeente [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  2. the congregation (churchgoers)
    het kerkvolk
    • kerkvolk [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor congregation:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gemeente community; congregation; flock municipality
kerkvolk churchgoers; congregation
- congregating; faithful; fold

Synoniemen voor "congregation":

Verwante definities voor "congregation":

  1. the act of congregating1
  2. an assemblage of people or animals or things collected together1
    • a congregation of children pleaded for his autograph1
    • a great congregation of birds flew over1
  3. a group of people who adhere to a common faith and habitually attend a given church1

Wiktionary: congregation

  1. A large gathering of people
  2. A religious gathering of people in a place of worship; its ordinary audience
  1. gezamenlijke gelovigen

Verwante vertalingen van congregation