Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. hostess:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor hostess (Engels) in het Nederlands

hostess:

hostess [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the hostess
    de gastvrouw; de waardin; de herbergierster

Vertaal Matrix voor hostess:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gastvrouw hostess
herbergierster hostess
waardin hostess
- air hostess; stewardess

Verwante woorden van "hostess":

  • hostesses

Synoniemen voor "hostess":


Verwante definities voor "hostess":

  1. a woman innkeeper1
  2. a woman host1
  3. a woman steward on an airplane1

Wiktionary: hostess


Cross Translation:
FromToVia
hostess herbergier; logementhouder; waard; waardin aubergiste — Celui ou celle qui tenir auberge.

Verwante vertalingen van hostess