Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. mandible:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor mandible (Engels) in het Nederlands

mandible:

mandible [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the mandible (jawbone)
    het kaakbeen
    • kaakbeen [het ~] zelfstandig naamwoord
  2. the mandible (jawbone; chin; maxilla)
    de kinnebak; kaakgestel

Vertaal Matrix voor mandible:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kaakbeen jawbone; mandible
kaakgestel chin; jawbone; mandible; maxilla
kinnebak chin; jawbone; mandible; maxilla
- jawbone; jowl; lower jaw; lower jawbone; mandibula; mandibular bone; submaxilla

Verwante woorden van "mandible":

  • mandibles

Synoniemen voor "mandible":

  • lower jaw; mandibula; mandibular bone; submaxilla; lower jawbone; jawbone; jowl; jaw; articulator

Verwante definities voor "mandible":

  1. the jaw in vertebrates that is hinged to open the mouth1

Wiktionary: mandible

mandible
noun
  1. mouthpart of an arthropod
  2. lower jaw

Cross Translation:
FromToVia
mandible onderkaak MandibelAnatomie der Säugetiere: die paarig angelegten Unterkiefer(knochen) der Säugetiere
mandible onderkaak Unterkiefer — Der Unterkiefer ist ein Knochen des Gesichtsschädels.