Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. resurrection:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor resurrection (Engels) in het Nederlands

resurrection:

resurrection [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the resurrection
    de herrijzenis; de wederopstanding; de verrijzenis
  2. the resurrection
    de opstanding

Vertaal Matrix voor resurrection:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
herrijzenis resurrection
opstanding resurrection
verrijzenis resurrection
wederopstanding resurrection

Verwante woorden van "resurrection":

  • resurrections

Synoniemen voor "resurrection":

  • Resurrection; Christ's Resurrection; Resurrection of Christ; miracle
  • revival; resurgence; revitalization; revitalisation; revivification

Verwante definities voor "resurrection":

  1. a revival from inactivity and disuse1
    • it produced a resurrection of hope1

Wiktionary: resurrection

resurrection
noun
  1. the act of arising from the dead
  2. Christianity: the Resurrection
resurrection
noun
  1. verrijzenis
  2. uit de dood opstaan

Cross Translation:
FromToVia
resurrection herrijzenis; wederopstanding; opstanding; verrijzenis Auferstehungerneutes lebendigwerden nach dem Tode
resurrection wederopstanding résurrection — Retour de la mort à la vie
resurrection herrijzenis; verrijzenis sursautmouvement brusque occasionner par quelque sensation subite et violente.

Resurrection:


Vertaal Matrix voor Resurrection:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- Christ's Resurrection; Resurrection of Christ

Verwante definities voor "Resurrection":

  1. (New Testament) the rising of Christ on the third day after the Crucifixion1