Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. accent:
  2. Wiktionary:
Zweeds naar Engels:   Meer gegevens...
  1. accent:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor accent (Engels) in het Zweeds

accent:

accent [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the accent (emphasis)
    betoning; eftertryck; emfas
  2. the accent (point of interest; prime; central point; )
    punkt av huvudsakligt intresse; huvudpunkt; centralfråga
  3. the accent (dialect)
    dialekt
    • dialekt [-en] zelfstandig naamwoord
  4. the accent (spoken language; dialect; slang; argot)
    språk; dialekt
    • språk [-ett] zelfstandig naamwoord
    • dialekt [-en] zelfstandig naamwoord
  5. the accent
    tryck; betoning; tonvikt
    • tryck [-ett] zelfstandig naamwoord
    • betoning [-en] zelfstandig naamwoord
    • tonvikt [-en] zelfstandig naamwoord

accent

  1. accent

Vertaal Matrix voor accent:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
betoning accent; emphasis
centralfråga accent; center; central point; centre; hub; point of interest; prime
dialekt accent; argot; dialect; slang; spoken language
eftertryck accent; emphasis grandeur; grandiosity; haughtiness; impressiveness; majesty; pride; stringency; tightness
emfas accent; emphasis
huvudpunkt accent; center; central point; centre; hub; point of interest; prime
punkt av huvudsakligt intresse accent; center; central point; centre; hub; point of interest; prime
språk accent; argot; dialect; slang; spoken language computer language; language; programming language; speech; tongue
tonvikt accent
tryck accent amount of pressure; compulsion; edition; pressure; print; print-out; printed matter; printing
- accent mark; dialect; emphasis; idiom; speech pattern; stress
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- accentuate; emphasise; emphasize; punctuate; stress
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
accent accent
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
tryck printed; with a print

Verwante woorden van "accent":


Synoniemen voor "accent":


Verwante definities voor "accent":

  1. a diacritical mark used to indicate stress or placed above a vowel to indicate a special pronunciation1
  2. the relative prominence of a syllable or musical note (especially with regard to stress or pitch)1
  3. distinctive manner of oral expression1
    • he couldn't suppress his contemptuous accent1
  4. the usage or vocabulary that is characteristic of a specific group of people1
    • he has a strong German accent1
  5. special importance or significance1
    • the room was decorated in shades of grey with distinctive red accents1
  6. put stress on; utter with an accent1
    • In Farsi, you accent the last syllable of each word1
  7. to stress, single out as important1

Wiktionary: accent

accent
verb
  1. to emphasize
noun
  1. -
  2. modulation of the voice
  3. orthography: mark to indicate accent
  4. stronger articulation

Cross Translation:
FromToVia
accent accent; brytning Akzenttypische Eigenschaft der Aussprache oder des Tonfalls einer Sprache (meist die eines Fremdsprachigen, der die Muttersprache des Zuhörers spricht)
accent accent; brytning accent — (grammaire, fr) élévation de la voix sur une syllabe, dans un mot, modification de la voix dans la durée ou dans le ton des syllabes et des mots.
accent accent insistanceaction d’insister.

Verwante vertalingen van accent



Zweeds

Uitgebreide vertaling voor accent (Zweeds) in het Engels

accent:

accent

  1. accent

Vertaal Matrix voor accent:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
accent betoning; centralfråga; dialekt; eftertryck; emfas; huvudpunkt; punkt av huvudsakligt intresse; språk; tonvikt; tryck
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
accent accent

Synoniemen voor "accent":


Wiktionary: accent

accent
noun
  1. -
  2. modulation of the voice
  3. orthography: mark to indicate accent
  4. stronger articulation

Cross Translation:
FromToVia
accent stress AkzentLinguistik: Betonung eines Satzes, Wortes, einer Silbe oder eines Lauts
accent accent Akzenttypische Eigenschaft der Aussprache oder des Tonfalls einer Sprache (meist die eines Fremdsprachigen, der die Muttersprache des Zuhörers spricht)
accent stress; sound; accent accent — (grammaire, fr) élévation de la voix sur une syllabe, dans un mot, modification de la voix dans la durée ou dans le ton des syllabes et des mots.
accent accent; stress; emphasis insistanceaction d’insister.