Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. sloth:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor sloth (Engels) in het Zweeds

sloth:

sloth [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the sloth (lazy bones; sluggard)
    slöfock; latmask
  2. the sloth (slowness; inertia; laziness; )
    långsamhet

Vertaal Matrix voor sloth:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
latmask lazy bones; sloth; sluggard dawdler; slacker; trifler
långsamhet indolence; inertia; inertness; laziness; lethargy; listlessness; ponderousness; sloth; slowness; sluggishness; tardiness; unwieldiness lethargy
slöfock lazy bones; sloth; sluggard slacker
- acedia; laziness; slothfulness; tree sloth
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
försoffning apathy; sloth; slothfulness

Synoniemen voor "sloth":


Verwante definities voor "sloth":

  1. apathy and inactivity in the practice of virtue (personified as one of the deadly sins)1
  2. any of several slow-moving arboreal mammals of South America and Central America; they hang from branches back downward and feed on leaves and fruits1
  3. a disinclination to work or exert yourself1

Wiktionary: sloth

sloth
noun
  1. laziness
  2. mammal

Cross Translation:
FromToVia
sloth sengångare; trögdjur FaultierBiologie: Faultiere bilden eine Unterordnung der Ordnung der zahnarmen Säugetiere.
sloth lathet paresse — Tendance à éviter toute activité, à refuser tout effort. (Sens général).
sloth sengångare paresseuxédenté tardigrade qui marche et se meut avec une extrême lenteur.