Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. patient:
  2. Wiktionary:
Zweeds naar Engels:   Meer gegevens...
  1. patient:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor patient (Engels) in het Zweeds

patient:

patient bijvoeglijk naamwoord

  1. patient (waiting patiently; calm)
    vänta tålamodigt
  2. patient (long-enduring; submissive)
    tålmodig; tålmodigt

patient [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the patient (sick person)
    patient
    • patient [-en] zelfstandig naamwoord
  2. the patient (sick person; sufferer)
    patient; sjuk person; lidande

Vertaal Matrix voor patient:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lidande patient; sick person; sufferer suffering
patient patient; sick person; sufferer
sjuk person patient; sick person; sufferer
- affected role; patient role
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
långmodig forbearing; long-suffering; patient
sjukling invalid; patient; sick person
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lidande enduring; suffering
tålmodig long-enduring; patient; submissive
tålmodigt long-enduring; patient; submissive
vänta tålamodigt calm; patient; waiting patiently

Verwante woorden van "patient":

  • inpatient, patients, patientest

Synoniemen voor "patient":


Antoniemen van "patient":


Verwante definities voor "patient":

  1. enduring trying circumstances with even temper or characterized by such endurance1
    • a patient smile1
    • was patient with the children1
    • an exact and patient scientist1
    • please be patient1
  2. the semantic role of an entity that is not the agent but is directly involved in or affected by the happening denoted by the verb in the clause1
  3. a person who requires medical care1
    • the number of emergency patients has grown rapidly1

Wiktionary: patient

patient
adjective
  1. not losing one's temper while waiting
noun
  1. someone who receives treatment from a doctor

Cross Translation:
FromToVia
patient patient patiënt — iemand die medische hulp krijgt
patient patient Patient — eine kranke Person, die medizinisch behandelt oder betreut wird
patient tålig; tålmodig geduldigGeduld habend

Verwante vertalingen van patient



Zweeds

Uitgebreide vertaling voor patient (Zweeds) in het Engels

patient:

patient [-en] zelfstandig naamwoord

  1. patient (sjuk person; lidande)
    the patient; the sufferer; the sick person
  2. patient
    the patient; the sick person

Vertaal Matrix voor patient:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
patient lidande; patient; sjuk person
sick person lidande; patient; sjuk person
sufferer lidande; patient; sjuk person
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
patient tålmodig; tålmodigt; vänta tålamodigt
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
patient långmodig; sjukling
sick person sjukling
sufferer skadelidande

Wiktionary: patient

patient
noun
  1. someone who receives treatment from a doctor

Cross Translation:
FromToVia
patient patient patiënt — iemand die medische hulp krijgt
patient patient Patient — eine kranke Person, die medizinisch behandelt oder betreut wird

Verwante vertalingen van patient