Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. arco:
  2. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor arco (Spaans) in het Nederlands

arco:

arco [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el arco (curva)
    de handboog; de boog
    • handboog [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • boog [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. el arco (curvatura; curva)
    de kromme
    • kromme [de ~] zelfstandig naamwoord
  3. el arco (curva; cimbra)
    de welving; de boog; de uitbouw
    • welving [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • boog [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • uitbouw [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  4. el arco (curva; vuelta; cimbreo; revuelta; curvatura)
    de bocht; de kromming; de ronding; de draai; de kronkel
    • bocht [de ~] zelfstandig naamwoord
    • kromming [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • ronding [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • draai [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • kronkel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  5. el arco (curva; sinuosidad)
    de bocht; de kromming; de draai; de kromte
    • bocht [de ~] zelfstandig naamwoord
    • kromming [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • draai [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • kromte [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  6. el arco (arco de violín; rasero)
    strijkboog

Vertaal Matrix voor arco:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bocht arco; cimbreo; curva; curvatura; revuelta; sinuosidad; vuelta basura; batiburillo; birria; caos; codo; desechos; desorden; desperdicios; despojos; pacotilla; residuos; trastos
boog arco; cimbra; curva arco cruzado; curvatura
draai arco; cimbreo; curva; curvatura; revuelta; sinuosidad; vuelta cambio; distorsión; enlace; falseamiento; giro; lazo; nudo corredizo; retorcimiento; tergiversación; vuelco; vuelta
handboog arco; curva
kromme arco; curva; curvatura
kromming arco; cimbreo; curva; curvatura; revuelta; sinuosidad; vuelta codillo; codo; curva; curvatura; difracción; inclinación; modulación; recodo; reverencia; revuelta; rotación; sinuosidad
kromte arco; curva; sinuosidad
kronkel arco; cimbreo; curva; curvatura; revuelta; vuelta distorsión; enlace; falseamiento; lazo; nudo corredizo; retorcimiento; tergiversación
ronding arco; cimbreo; curva; curvatura; revuelta; vuelta curva
strijkboog arco; arco de violín; rasero
uitbouw arco; cimbra; curva ampliación; anejo; anexo; dependencia; engrandecimiento; ensanche; expansión
welving arco; cimbra; curva

Verwante woorden van "arco":


Synoniemen voor "arco":


Wiktionary: arco

arco
noun
  1. bouwkunde|nld op twee kolommen rustende boog

Cross Translation:
FromToVia
arco boog arch — inverted U shape
arco boog arch — architectural element
arco boog bow — weapon used for shooting arrows
arco strijkstok bow — rod used for playing stringed instruments
arco strijkstok archet — musi|fr lutherie|fr baguette, autrefois en forme de petit arc, munie de crins de cheval, qui sert à tirer le son d’instruments de musique à cordes.
arco wreef cou-de-pied — Partie supérieure du pied

Verwante vertalingen van arco