Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. colores:
  2. color:
  3. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor colores (Spaans) in het Nederlands

colores:

colores [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el colores
    de kleuren
    • kleuren [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

Vertaal Matrix voor colores:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kleuren colores
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kleuren abochornarse; arder; arder sin llama; avergonzarse; colorear; enrojecer; estar al rojo vivo; estar latente; iluminar; ponerse colorado; ruborizarse; sonrojarse; teñir

Verwante woorden van "colores":


colores vorm van color:

color [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el color
    de kleur; de toon; de tint; het kleurtje
    • kleur [de ~] zelfstandig naamwoord
    • toon [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • tint [de ~] zelfstandig naamwoord
    • kleurtje [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor color:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kleur color
kleurtje color
tint color matiz; tonalidad; tono
toon color altura del sonido; cadencia; entonación; inflexión de voz; nota musical; ruido; sonido; tono

Verwante woorden van "color":


Wiktionary: color

color
noun
  1. het onderscheid dat gemaakt wordt op basis van het verschil in golflengte van licht

Cross Translation:
FromToVia
color bleek; kleurloos bleak — without color
color kleur color — spectral composition of visible light
color tint; schakering hue — color or shade of color, blee; tint; dye
color kleur Farbe — ein bestimmter Abschnitt des sichtbaren Lichts im Spektrum
color kleur; tint couleur — Caractéristique de la lumière
color nuancering; schakering; nuance; kleur teinte — peinture|fr nuance de couleur.

Verwante vertalingen van colores