Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. inoculación:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor inoculación (Spaans) in het Nederlands

inoculación:

inoculación [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la inoculación (inyección; picadura; pinchazo; punzada)
    de inspuiting; de injectie; de prik; het spuitje
    • inspuiting [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • injectie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • prik [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • spuitje [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor inoculación:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
injectie inoculación; inyección; picadura; pinchazo; punzada
inspuiting inoculación; inyección; picadura; pinchazo; punzada
prik inoculación; inyección; picadura; pinchazo; punzada
spuitje inoculación; inyección; picadura; pinchazo; punzada

Synoniemen voor "inoculación":