Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. provocadora:
  2. provocador:
  3. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor provocadora (Spaans) in het Nederlands

provocadora:

provocadora [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la provocadora (provocador; incitador; agitador; )
    de provocateur

Vertaal Matrix voor provocadora:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
provocateur agitador; alborotador; incitador; instigador; instigador de desconcierto; instigador de discordia; provocador; provocadora; revoltoso

Verwante woorden van "provocadora":


provocador:

provocador bijvoeglijk naamwoord

  1. provocador (fastidioso)
    tergend; treiterig
  2. provocador (superlativo; desafiante; provocativo)
    overtreffend; tartend

provocador [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el provocador (incitador; agitador; instigador; )
    de provocateur
  2. el provocador (desafiador; retador)
    de uitdager
    • uitdager [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor provocador:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
provocateur agitador; alborotador; incitador; instigador; instigador de desconcierto; instigador de discordia; provocador; provocadora; revoltoso
uitdager desafiador; provocador; retador
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
overtreffend desafiante; provocador; provocativo; superlativo
tergend fastidioso; provocador
treiterig fastidioso; provocador
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
tartend desafiante; provocador; provocativo; superlativo afrontando

Verwante woorden van "provocador":


Synoniemen voor "provocador":


Wiktionary: provocador


Cross Translation:
FromToVia
provocador agressief; provocateur; vechtjas; strijdlustig; ruziemaker contentious — given to struggling