Overzicht
Spaans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. esposas:
  2. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor esposas (Spaans) in het Zweeds

esposas:

esposas [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la esposas (collar; cadena)
    halsband
  2. la esposas
    handklovar; handbojor
  3. la esposas
    handklovar; handfängsel
  4. la esposas (cadena; gargantilla; grillos; )
    kedja
    • kedja [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor esposas:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
halsband cadena; collar; esposas cadena; cadenilla; cadenita; collar
handbojor esposas esposa; esposa de muñecas
handfängsel esposas esposa; esposa de muñecas
handklovar esposas esposa
kedja baliza; boya; cadena; cadenas; cadenilla; cadenita; cerco; ciclo; collar; cordón circunvalatorio; corona; círculo; esfera; esposas; gama; gargantilla; grillos; halo; halón; hilera; ojera; progresión; secuencia; serie; sucesión cola; contracción; encadenamiento; eslabonamiento; fila; gama; hilera; orden; progresión; sarta; serie; sucesión
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kedja agarrar; cautivar; coger; encadenar; poner las esposas; tomar

Synoniemen voor "esposas":


Wiktionary: esposas


Cross Translation:
FromToVia
esposas handbojor; handklovar handcuffs — metal rings for fastening wrists
esposas handklovar; handbojor manacle — a shackle restricting free movement of the hands
esposas handfängsel; handboja Handschellemeist Plural: stählerne, verschließbare Fessel um die Handgelenke
esposas handbojor menotte — Demi-anneau en fer servant à immobiliser les mains

Verwante vertalingen van esposas