Overzicht
Spaans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. furia:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor furia (Spaans) in het Zweeds

furia:

furia [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la furia (rabia; tontería; disparate)
    raseri
    • raseri [-ett] zelfstandig naamwoord
  2. la furia (enfado; enojo; rabia; )
    vrede
    • vrede zelfstandig naamwoord
  3. la furia (ira; cólera; despecho; )
    ilska; vrede
    • ilska [-en] zelfstandig naamwoord
    • vrede zelfstandig naamwoord
  4. la furia (rabia; ira; furor)
    bisterhet
  5. la furia (rabia; ira; enfado; enojo; cólera)
    ilska; vrede; raseri
    • ilska [-en] zelfstandig naamwoord
    • vrede zelfstandig naamwoord
    • raseri [-ett] zelfstandig naamwoord
  6. la furia (enojo; cólera; furor; )
    ilska; vrede; ursinne
    • ilska [-en] zelfstandig naamwoord
    • vrede zelfstandig naamwoord
    • ursinne [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor furia:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bisterhet furia; furor; ira; rabia aspereza; brusquedad
ilska cólera; despecho; disgusto; enfado; enojo; furia; furor; indignación; ira; maldad; rabia
raseri cólera; disparate; enfado; enojo; furia; ira; rabia; tontería extravagancia; frenesí; locura
ursinne cólera; disgusto; enfado; enojo; furia; furor; indignación; maldad; rabia
vrede cólera; despecho; disgusto; enfado; enojo; furia; furor; indignación; ira; irritación; maldad; malicia; rabia

Verwante woorden van "furia":

  • furias

Synoniemen voor "furia":