Overzicht
Spaans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. parche:
  2. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor parche (Spaans) in het Zweeds

parche:

parche [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el parche (esparadrapo; escayola; tirita; emplasto)
    häft plåster
  2. el parche
    tillägg; inlägg
    • tillägg [-ett] zelfstandig naamwoord
    • inlägg [-ett] zelfstandig naamwoord
  3. el parche (palabra de relleno; muletilla; malla de paño; latiguillo)
    provsmakare; provtagare

Vertaal Matrix voor parche:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
häft plåster emplasto; escayola; esparadrapo; parche; tirita
inlägg parche anexo; empaquetadura; empaste; encierro; imposición; introducción; pedido
provsmakare latiguillo; malla de paño; muletilla; palabra de relleno; parche inspector de sanidad
provtagare latiguillo; malla de paño; muletilla; palabra de relleno; parche inspector de sanidad
tillägg parche addenda; addendas; adiciones; adición; ampliación; anejo; anexo; apéndice; artículo suplementario; artículos suplementarios; añadidura; complemento; completar; concesiones; dependencia; engrandecimiento; enmiendas; ensanche; expansión; gasto; gastos varios; llenar; propuestas adicionales; suplemento
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
tillägg adicional; extra; extraordinario

Verwante woorden van "parche":


Synoniemen voor "parche":


Wiktionary: parche


Cross Translation:
FromToVia
parche lapp Flicken — ein kleiner, meist quadratförmiger Ausschnitt eines Stoffes zur Bedeckung aufgerissener Löcher in Kleidern und anderen Klamotten
parche plåster PflasterMedizin:
parche lapp patch — piece of cloth used to repair a garment
parche rakkniv lamesolide aplati, d’épaisseur mince, feuille, tôle, plaque.
parche aktstycke; gemak; kammare; bit piècepartie, portion, morceau d’un tout.

Verwante vertalingen van parche