Overzicht


Frans

Uitgebreide vertaling voor bonus (Frans) in het Spaans

bonus:

bonus [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. le bonus (surplus; supplément; prime)
    el exceso; el resto; el remanente; el surplús; el saldo; el superávit; el sobrante
    • exceso [el ~] zelfstandig naamwoord
    • resto [el ~] zelfstandig naamwoord
    • remanente [el ~] zelfstandig naamwoord
    • surplús [el ~] zelfstandig naamwoord
    • saldo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • superávit [el ~] zelfstandig naamwoord
    • sobrante [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor bonus:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
exceso bonus; prime; supplément; surplus abondance; caroncule; diableries; débauche; débordement; démesure; excentricité; excroissance; excès; excédent; extravagance; illimité; immodération; polissonneries; protubérance; surplus
remanente bonus; prime; supplément; surplus restant; reste; résidu; solde; surplus; sédiment
resto bonus; prime; supplément; surplus bribes; fragment; morceau; restant; reste; résidu; solde; surplus; sédiment; épave
saldo bonus; prime; supplément; surplus acquittement; restant; reste; solde; solde de compte; surplus
sobrante bonus; prime; supplément; surplus exces; restant; reste; résidu; solde; surplus
superávit bonus; prime; supplément; surplus abondance; débordement; excès; excédent; restant; reste; solde; surplus
surplús bonus; prime; supplément; surplus exces; restant; reste; résidu; solde; surplus; sédiment
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sobrante de trop; en surnombre; excédentaire; superflu; surnuméraire

Synoniemen voor "bonus":