Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. actualiser:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor actualiser (Frans) in het Nederlands

actualiser:

actualiser werkwoord (actualise, actualises, actualisons, actualisez, )

  1. actualiser (mettre à jour)
    updaten; bijwerken
    • updaten werkwoord
    • bijwerken werkwoord (werk bij, werkt bij, werkte bij, werkten bij, bijgewerkt)
  2. actualiser
    vernieuwen
    • vernieuwen werkwoord (vernieuw, vernieuwt, vernieuwde, vernieuwden, vernieuwd)
  3. actualiser

Conjugations for actualiser:

Présent
  1. actualise
  2. actualises
  3. actualise
  4. actualisons
  5. actualisez
  6. actualisent
imparfait
  1. actualisais
  2. actualisais
  3. actualisait
  4. actualisions
  5. actualisiez
  6. actualisaient
passé simple
  1. actualisai
  2. actualisas
  3. actualisa
  4. actualisâmes
  5. actualisâtes
  6. actualisèrent
futur simple
  1. actualiserai
  2. actualiseras
  3. actualisera
  4. actualiserons
  5. actualiserez
  6. actualiseront
subjonctif présent
  1. que j'actualise
  2. que tu actualises
  3. qu'il actualise
  4. que nous actualisions
  5. que vous actualisiez
  6. qu'ils actualisent
conditionnel présent
  1. actualiserais
  2. actualiserais
  3. actualiserait
  4. actualiserions
  5. actualiseriez
  6. actualiseraient
passé composé
  1. ai actualisé
  2. as actualisé
  3. a actualisé
  4. avons actualisé
  5. avez actualisé
  6. ont actualisé
divers
  1. actualise!
  2. actualisez!
  3. actualisons!
  4. actualisé
  5. actualisant
1. je, 2. tu, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Vertaal Matrix voor actualiser:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bijwerken actualiser; mettre à jour aller mieux; améliorer; mettre à jour; parachever; perfectionner; renouer; renouveler; retaper; retoucher; revitaliser; régénérer; rénover
query opnieuw uitvoeren actualiser
updaten actualiser; mettre à jour
vernieuwen actualiser changer; innover; remettre; remettre en place; remettre en état; remplacer; renouveler; replacer; rénover; réparer; rétablir; se substituer à

Synoniemen voor "actualiser":


Wiktionary: actualiser

actualiser
verb
  1. (overgankelijk) zorgen dat alle veranderingen die inmiddels nodig geworden waren doorgevoerd zijn
  2. informatica|nld actueler maken

Cross Translation:
FromToVia
actualiser bijwerken; op punt stellen update — to make something up to date

Computer vertaling door derden: