Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. arrière-saison:


Frans

Uitgebreide vertaling voor arrière-saison (Frans) in het Nederlands

arrière-saison:

arrière-saison [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. l'arrière-saison (automne)
    de herfsttijd

Vertaal Matrix voor arrière-saison:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
herfsttijd arrière-saison; automne

Synoniemen voor "arrière-saison":


Verwante vertalingen van arrière-saison