Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. interdiction:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor interdiction (Frans) in het Nederlands

interdiction:

interdiction [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. l'interdiction (prohibition; défense)
    het verbod
    • verbod [het ~] zelfstandig naamwoord
  2. l'interdiction (refus; privation)
    ontzeggen
  3. l'interdiction (empêchement; retenue)
    beletten; weerhouden; afhouden
  4. l'interdiction (dénuement; refus; privation; inhibition; frustration)
    de ontzegging

Vertaal Matrix voor interdiction:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afhouden empêchement; interdiction; retenue
beletten empêchement; interdiction; retenue
ontzeggen interdiction; privation; refus
ontzegging dénuement; frustration; inhibition; interdiction; privation; refus
verbod défense; interdiction; prohibition
weerhouden empêchement; interdiction; retenue
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afhouden arrêter; chasser; contenir; contrecarrer; dissuader; décompter; déduire; empêcher; enrayer; lutter conte; repousser; retenir; se protéger de; stopper; écarter
beletten arrêter; bloquer; contrecarrer; dissuader; déranger; embarrasser; empêcher; entraver; faire obstacle à; gêner; interdire; retenir; stopper
weerhouden arrêter; contrecarrer; dissuader; empêcher; retenir; stopper

Synoniemen voor "interdiction":


Wiktionary: interdiction

interdiction
noun
  1. action d’interdire.
interdiction
noun
  1. strafmaatregel

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van interdiction