Overzicht
Frans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. décousure:


Frans

Uitgebreide vertaling voor décousure (Frans) in het Zweeds

décousure:

décousure [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la décousure (partie décousue; déchirure)
    riva
    • riva [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor décousure:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
riva déchirure; décousure; partie décousue
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
riva arracher; craquer; crisser; croasser; déchirer; démolir; démonter; détruire; dévorer; fendre; frotter; fêler; gratter; griffer; grincer; irriter; piquer; polir; raboter; racler; raser; ratisser; rayer; râper; se déchirer; se gratter; égratigner; érafler