Overzicht
Frans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. dent:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor dent (Frans) in het Zweeds

dent:

dent [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la dent
    tand
    • tand [-en] zelfstandig naamwoord
  2. la dent (coche; entaille; encoche; encochage)
    jack; hack; skåra; inskärning
    • jack [-ett] zelfstandig naamwoord
    • hack [-ett] zelfstandig naamwoord
    • skåra [-en] zelfstandig naamwoord
    • inskärning [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor dent:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hack coche; dent; encochage; encoche; entaille arrachement; balafre; coche; coupure; césure; déchirure; encoche; entaille; estafilade; fente; incision; incisions; morceaux; rainure; taillade; tranches
inskärning coche; dent; encochage; encoche; entaille coupure; entaille; rainure
jack coche; dent; encochage; encoche; entaille arrachement; déchirure; fente; incisions; morceaux; tranches
skåra coche; dent; encochage; encoche; entaille arrachement; balafre; coche; coup de hache; coupure; césure; déchirure; encoche; entaille; estafilade; fente; incision; incisions; morceaux; rainure; taillade; tranches
tand dent
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
skåra encocher; entailler; graver; inciser; tailler

Synoniemen voor "dent":


Wiktionary: dent

dent
  1. Os de la mâchoire (1)
  2. Dents de scie (2)

Cross Translation:
FromToVia
dent tand; kugge cog — tooth on a gear
dent spets; klo; led; udd prong — thin, pointed, projecting part
dent tand tine — prong
dent tand tooth — biological tooth
dent tand tooth — saw tooth
dent tand tand — scherp uitsteeksel
dent tand tand — hard wit voorwerp in de mond
dent tand Zahn — Teil des Gebisses von Menschen und Wirbeltieren

Verwante vertalingen van dent