Overzicht
Frans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. faucille:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor faucille (Frans) in het Zweeds

faucille:

faucille [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la faucille (faucillon; croissant)
    skära
    • skära [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor faucille:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
skära croissant; faucille; faucillon coupure; intersection; recoupement; serpe; serpette; ébranchoir
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
skära cingler; cisailler; couper; couper en deux; craquer; crisser; croasser; créneler; diviser; entailler; entamer; entrecouper; faire des entailles; faire un clic; faucher; fouetter; frotter; graver sur bois; grincer; irriter; jouer avec effet; mordre; piquer; polir; raboter; racler; râper; sculpter sur bois; tailler; trancher

Synoniemen voor "faucille":


Wiktionary: faucille


Cross Translation:
FromToVia
faucille skära Sichel — Werkzeug zum Schneiden von Getreide oder Gras, im Gegensatz zur Sense ohne langen Stiel
faucille skära sickle — agricultural implement