Overzicht
Frans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. langueur:


Frans

Uitgebreide vertaling voor langueur (Frans) in het Zweeds

langueur:

langueur [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la langueur (chétivité; allure lente et pénible; état maladif)
    sjuk; krasslig

Vertaal Matrix voor langueur:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
krasslig allure lente et pénible; chétivité; langueur; état maladif
sjuk allure lente et pénible; chétivité; langueur; état maladif
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sjuk malade; souffrant d'une maladie

Synoniemen voor "langueur":