Overzicht
Frans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. trappe:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor trappe (Frans) in het Zweeds

trappe:

trappe [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la trappe (volet; écoutille; contrevent)
    fönsterlucka
  2. la trappe (fosse caché; piège)
    fälla; fallgrop
    • fälla [-ett] zelfstandig naamwoord
    • fallgrop [-en] zelfstandig naamwoord
  3. la trappe (maille; mite; étau)
    stack; stapel
    • stack [-en] zelfstandig naamwoord
    • stapel [-en] zelfstandig naamwoord
  4. la trappe
    fallucka
  5. la trappe
    fallucka; falldörr
  6. la trappe
    signaltavla

Vertaal Matrix voor trappe:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
falldörr trappe porte basculante
fallgrop fosse caché; piège; trappe
fallucka trappe porte basculante
fälla fosse caché; piège; trappe clou d'acier
fönsterlucka contrevent; trappe; volet; écoutille contrevent; obturateur; persienne; volet
signaltavla trappe
stack maille; mite; trappe; étau meule; pile; tas
stapel maille; mite; trappe; étau colonne; délié; meule; tas
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fälla abattre

Synoniemen voor "trappe":


Wiktionary: trappe


Cross Translation:
FromToVia
trappe lucka hatch — horizontal door
trappe underhållslucka; lucka hatch — small door provided for access for maintenance
trappe fallucka; lucka trapdoor — door set into floor or ceiling
trappe fallucka Falltür — Klapptür im Boden