Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. boemelaar:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor boemelaar (Nederlands) in het Duits

boemelaar:

boemelaar [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de boemelaar (zwelger; slemper)
    der Bummler
    • Bummler [der ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor boemelaar:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Bummler boemelaar; slemper; zwelger flierefluiter; lanterfant; lanterfanter; lapzwans; leegloper; slampamper

Verwante woorden van "boemelaar":

  • boemelaars

Wiktionary: boemelaar


Cross Translation:
FromToVia
boemelaar Wüstling; Schwelger; Schlemmer; Prasser; Possenreißer bambocheur — (vieilli) désuet|fr marionnettiste.